Het is half 6 en mijn maag begint te knorren. Een vrij burgerlijk tijdstip, maar dat is wat stage lopen met je doet. Langzaam proberen ze je het echte leven in te zuigen. Niks avondeten om half 10 en al helemaal niet meer uitslapen.
Ik loop naar buiten en aan de overkant van de straat hoor ik ze al. De harde stormwind waait hun schelle gekir mijn kant op. Ze zingen kinderliedjes, want het is St. Maarten. Met hun zelfgeknutselde lampionnetjes rennen ze alle kanten op. En mama er achteraan, want ‘snoep of ik schiet’ is nou eenmaal het meest geadoreerde zinnetje van kinderlokkers in deze tijd van het jaar. Het is de zoveelste keer deze week dat ik me bedenk dat ik geen kinderen hoef.
Het is 1992. Ik zit in groep 2 of 3 en ik ben maar wat trots op mijn eigenhandig gefabriceerde badeend van papier. Aan de bovenkant is hij open zodat ik mijn stokje met lamp erin kan hangen. Zijn ogen zijn van doorzichtig papier zodat het licht van de stok er doorheen kan. Ik neem het voortouw en mijn moeder waggelt achter me aan. Haar jas is een soort groen met blauwe lapjeskat, ze doet me denken aan een pauw. Of misschien wel Pino. Ze is in elk geval blijven hangen in de jaren 80.
Maar dat maakt niet uit, want het is míjn moeder. En ze beschermt me tegen de kinderlokkers, net als alle andere moeders dat nu doen. Hoewel ze weet dat mijn paardrij-instructeur Apollo van stal heeft gehaald en een rare cape uit de carnavalskist heeft gehaald, houdt ze haar mond. “Kijk, daar komt hij, Sint Maarten” en ze tilt me op zodat ik hem in vol ornaat kan bewonderen.
Voordat ik de overkant van de straat heb bereikt, zie ik een gigantische vogel zitten op het grasveldje voor mijn huis, ik denk een reiger. Ik vraag me af wat hij hier doet, want hij zou minstens zo goed zijn plekje kunnen vinden in Purmerend, of Enkhuizen als het echt niet anders kan. Hij hoort hier eigenlijk niet thuis, maar hij gaat zitten en houdt zijn poot stijf. Ik kijk hem recht in zijn ogen aan, maar hij draait zijn hoofd weg. Hij ontkent wat hij ziet. Hij ziet niks, hoort niks, geeft geen krimp. Hij negeert de schelle geluiden die ik maak om hem weg te jagen. We zijn hetzelfde, hij en ik, en hij weet het.
KLEINE DINGEN.
donderdag 11 november 2010
vrijdag 5 november 2010
Welletjes
wel·le·tjes pred bn voldoende: het is ~ (meer dan) genoeg geweest
donderdag 4 november 2010
Gymbuddies
Ter hoogte van station Bijlmer Arena, spreekt een man van Antilliaanse afkomst me aan. Hij heeft een blauwe sportbroek aan met drie witte strepen aan de zijkant. "Ey chiquita, volgens mij gaan wij samen sporten, of niet dan?". Well, there goes the joy of my newfound red Adidas.
maandag 1 november 2010
One Republic
"And you give anything to get what's fair. But fair ain't what you really need."
Mike "the Situation"
"Angelina is like the Staten Island Ferry. Everyone gets a ride on it, and it's free!"
Abonneren op:
Posts (Atom)